Genealogische woordenlijst
Genealogische, juridische, Latijnse, Franse en oud-Hollandse termen
A
Aetatis (suae) in de leeftijd van.
Affinis door huwelijk verwant.
Aflijvig overleden, dood.
Afscheiding uittreding uit de Hervormde Kerk in 1834.
Afslag (ver)mindering.
Afstammeling nakomeling of bloedverwant in nederdalende lijn.
Afstammen zijn oorsprong ontlenen aan, via genealogische weg.
Agnaten afstammelingen in de mannelijke lijn.
Akte van acceptatie verklaring van de door de familie aangestelde voogden het voogdijschap op zicht te willen nemen.
Akte van bewijs of vertichting vastlegging van het erfdeel van minderjarigen als een van de ouders was overleden in het geval de ouders niets hadden geregeld.
Akte van handlichting (ook venia actatis) verklaring van de Staten dat de minderjarigheid vroegtijdig was beëindigd. Werd aan de weeskamer voorgelegd.
Akte van indemniteit borg- of ontlastbrief, meegegeven als iemand zich elders vestigtde, voor het geval dat deze binnen een zekere termijn tot armoede zou vervallen.
Akte van seclusie uitsluiting van voogdij van de weeskamer, als de ouders bij hun leven de voogdij hadden geregeld.
Akte van voogdijstelling benoeming door de weeskamer van voogden van minderjarigen.
Aling geheel, volkomen.
Aliquis iemand.
Aliunde van elders
Allegeren in rechte beweren, als argument in een proces aanvoeren.
Alsoo derhalve.
Altera die de dag daarna
Ambachtsheerlijkheid het gewone bestuursgebied op het platteland in westelijk Nederland.
Ambo beiden.
Ambo hic nati beiden hier geboren.
Anno in het jaar.
Anno Domini in het jaar des Heren.
Anno eodum ut supra in hetzelfde jaar als boven.
Annuatim jaarlijks.
Annus jaar.
Ante voor.
Appellant iemand die in beroep gaat.
Approbatie goedkeuring, vergunning.
Aprehenderen gevangen nemen.
Arbritale correctie terechtzetting.
Argelist sonder arge ende list = zonder kwade bedoelingen.
Ascendant verwacht in opgaande lijn.
Asserens se nominari die beweert te heten.
Assumeren getuigen er bij nemen, die de partijen kenden.
Attestatie getuigschrift, verklaring.
Attesteren getuigen, verklaren dat.
Avond dag voor een RK feest. Bijv. Sint Maarten is 11 november, Sintmaartensavond is dus 10 november.
Avunculus oom van moederszijde.
Avus grootvader.
B
Bannus (huwelijks)afkondiging.
Baptisate zij is gedoopt.
Baptisatus hij is gedoopt.
Batelier schipper.
Bede verzoek (om geld door vorsten (iets bezitten te bede = iets bezitten tot wederopzeggens toe).
Behoudelijkck met uitzondering van.
Belegen hebben als belendingen hebben.
Belend gelegen naast.
Benedicto (huwelijks)inzegening.
Beneficie(cium) voorrecht voor het leven.
Beschrijvinge beschrijvingsbrief, bijeenroepen van een vergadering.
Besoigneren beraadslagen.
Beuren (boeren) in ontvangst nemen of heffen van bijvoorbeeld rente.
Bewijsen rente of hypotheek vestigen op een aangewezen stuk land.
Bidprentje uitgereikt aan de nabestaanden van een RK overledene. Bevatten vaak genealogische gegevens.
Bigamus twee maal gehuwd geweest.
Bona goederen.
Boulanger bakker.
Breuken (broken) inbreuk maken op de rechtsorde/boete.
Brief (open) openbare akte of oorkonde.
Burgerboek (ook poortersboek) boeken waarin de namen van hen, die het burgerrecht hadden verkregen door geboorte of door betaling van een tax, werden opgetekend met vermelding van de herkomst.
Burgerlijke stand registratie van geboorte, huwelijk en overlijden. Ingesteld in 1811 (Limburg en Zeeuws-Vlaanderen in 1796).
C
Cabaritier herbergier.
Charpentier timmerman.
Cordonnier schoenmaker.
Couvreur leidekker.
Cultivateur landbouwer.
D
Do ut des ik geeft iets opdat gij het ook geeft.
Domestique bediende.
Dominica zondag.
Dominateur heerser, slampamper.
Dominatie heerschappij, overheersing.
Domineeren overheersen, meester spelen, het gezag uitoefenen.
Dominium eigendom.
Dominium plenum volkomen eigendom.
Dominium utile uittrekkende eigendom, vruchtgebruik, lijftocht.
Dominus heer.
Dominus directus rechte of volkomen eigenaar.
Dominus feudi leenheer.
Dominus utilus die het vruchtgebruik heeft.
Domus huis, verblijfplaats.
Donataris iemand die iets geschonken, gegeven is, begiftigde.
Donateur gever, schenker.
Donatie vrije overdracht, gift, geschenk.
Donatie inter vivos gift onder de levenden.
Donatie (donatio) mortis causa gift ter zake des doods, schenking onder de opschortende voorwaarde dat de begiftigde de schenker overleeft.
Donatie sponsalitia bruidsschat, huwelijksgift.
Donderbus vuurmond, kanon.
Donderbusmeester (dondermeester) artillerieofficier.
Doodschouw geneeskundig onderzoek van een lijk met opgave van de doodsoorzaak, vereist voor het verlof tot begraven.
Doodsschulden schulden gemaakt ter zake van iemands overlijden.
Doopheffer(ster) hij (zij) die een kind ten doop houdt, peetoom (-tante).
Doopinschrijving aantekening in een kerkregister dat iemand gedoopt is, als regel met ouders, eventueel met doopgetuigen.
Doopsgezinden, doopsgezinde gemeente ook Mennonieten of Mennisten genoemd, naar de stichter. Kerkgenootschap dat o.a. de kinderdoop verwerpt. Daardoor zijn de geboortedata en de namen van de ouders moeilijk te bepalen. In Amsterdam werden ze vanaf 1714 verplicht geboortenregisters bij te houden.
Dootban doodslag, aanklacht wegens doodslag
Dossier het geheel van archiefbescheiden ontvangen of opgemaakt door een instelling, een persoon of een groep personen, bij de behandeling van één zaak.
Dote huwelijksgoed.
Doteren voorzien van inkomsten, begiftigen.
Douarie bruidschat, morgengave, weduwegift.
Dresseeren opstellen, opmaken (van een stuk), ordenen, toerichten, africhten, verbeteren.
Driakel tegengift tegen dierlijke vergiften, in het bijzonder tegen slangenbeten.
E
E (ex) uit.
E vivis exessit overleed.
Ecclesiae denuntiatio kerkelijke huwelijksaankondiging.
Ecclesiastyq kerkelijk, geestelijk.
Ecclesie kerk, gemeente (oorspronkelijk volksvergadering).
Echteloos niet door een wettig huwelijk verbonden.
Echten wettigen.
Echtschap huwelijk.
Eclipseren verduisterd worden.
Edeeren uitgeven, openbaren.
Edelen adelen, adellijk maken.
Edicexcijs belasting op azijn.
Edict gebod, afkondiging.
Edificie gebouw, getimmerte.
Edinge het afnemen van de eed.
Editie uitgaaf, druk.
Educatie opvoeding.
Eebreken echtbreken, het plegen van echtbreuk.
Eerroof smaad, laster.
Effect werking, gevolg, later ook: verhandelbaar waardepapier.
Effect sorteren de gewenste gevolgen hebben, te stade komen.
Effective metterdaad.
Effectueel uitwerkelijk.
Effectueeren te weeg brengen, uitwerken, uitvoeren.
Efficatie kracht, werking.
Executorien bevelbrieven om vonnissen uit te voeren.
Exemplaar gestraft als een voorbeeld voor anderen gestraft.
Exemptie vrijdom.
Exemt vrij, uitgezonderd, bevrijd.
Exequeeren vervolgen, volbrengen.
Exequiën lijkdienst, uitvaart.
Exerceeren, exerciteeren (uit)oefenen, bewerkstelligen.
Exes overdaad, overmaat.
Exheredatie onterving.
Exhibeeren bijbrengen, overleggen, laten zien.
Exhibitie aanwijzing, voordraging, tonen.
Exhortatie aanmaning.
Exhorteeren aanmanen, vermanen, aanporren.
Exigeeren eisen, vorderen.
Exigentie vereiste.
Exilie ban, verbanning.
Eximeeren vrijkopen, uitkopen.
Existeeren, exsteren in wezen zijn, bestaan.
Existentie wezendheid.
Existimeeren, exstimeeren achten, waarderen.
Ex negotiis gestis uit ondervinding.
Ex nunc vanaf heden.
Exonoreeren ontladen, ontlasten.
Exorneeren oppronken, uitrusten.
Expedieeren redden, afvaardigen, voldoen.
Expedient gevoeglijk, bekwaam.
Expeditie afvaardiging, een voor uitreiking of verzending bestemd exemplaar van een (ambtelijk) geschrift.
Experientie ondervinding.
Expireren vervallen, eindigen, verscheiden.
Explicatie uitlegging.
Expliceren uitleggen, ophelderen, verklaren.
Exploot uitwerking, te werk legging.
Exploteeren te werk leggen, uitvoeren.
Exploteur uitvoerder, pander.
Exponeeren uitleggen, verklaren.
Expositie uitlegging, verbreiding.
F
G
H
I
In Domino obiitis gestorven in de Heer.
In domo propria in zijn eigen huis.
In dorso keerzijde van een los blad, speciaal van handelspapier.
Institeur onderwijzer.
J
Journalier dagloner.
K
L
M
Maçon metselaar.
Marechal hoefsmid.
Marchand koopman.
Meunier koopman.
Ministre predikant.
N
O
P
Pilote loods (beroep).
Pontanier brugwachter.
Q
R
Receveur ontvanger.
S
Sabotier klompenmaker.
T
Tailleur kleermaker.
Tisserand wever.
U
V
W
X
Y
Z
Bron: Ons Erfgoed