De oude Molen
Passage uit het boek "Saanderdaags. Tilburgse kinderen vangen oude verhalen bij de buren" (februari 2004)
Inleiding
De schrijvers, Michaël Breukers en Esther de Raad, gaan met de kinderen Sanne en Katrien op
bezoek bij de heer Matthijssen, kleinzoon van de molenaar. De heer Matthijssen woont in de Zonnehof, een
verzorgingstehuis aan de Professor Gimbrèrelaan. De kamer is niet groot, maar wel sfeervol ingericht.
Er hangen foto's van de oude molen en ook tekeningen en schilderijtjes van molens.
De heer Matthijssen haalt meteen een envelop met foto's van de ijsbaan. Het begin is gemaakt.
De ijsbaan! Daar heb ik een foto van. Ja... dè is meej een computer opgenomen. In de Lancierstraat.
Daar is het archief van Tilburg, hè? Ik zal het eens even tegelèèk erbij pakken.
(Terwijl hij zoekt:) Ik heb hil veul, maar veul is bij de kinderen, want ik kan-t-ammòl nie hebben.
(Katrien wijst op een groot schilderij aan de muur) Is dat óók de molen?
Ja. Die heb ik geschilderd. Dat is ook de molen die daar gestaan heeft. Dat is deze molen... Kijk, en hier heb ik de ijsbaan waar jullie
het over hadden... En hier is de Fratersschool, de Noordhoekseschool, weten jullie dat nog? Het torentje is eraf.
Dat is gewoon de Elzenstraat, maar het torentje is eraf.
Is die toren... door een storm?...
Nee! Die hele verdieping met dat torentje... Hoe moet ik dat eigenlijk zeggen: dè paste niet bij het geheel
van de architectuur van de school. Dat heet Pellikaan nog gedaan, die hele verdieping opgelicht, en die bovenste verdieping is er
nòdderaand opgezet.
(bladert en bladert) Het is jammer dat jullie zo weinig tijd hebben, want ik heb er zoveul van, dat ik niet weet wat jullie eigenlijk zoeken...
En... heeft u ook in de molen gewerkt?
De molen is van mijn opa, dus niet van mijn vader. Die heeft er wel gewoond.
Was u der al toen die nog echt als molen gebruikt werd?
Jáha! Já, en ik heb zelfs op die Noordhoekse school gezeten en daar konden we naar dieje molen kèèke en die werd wel eens
geschilderd en dan werden we menigmaal tot de orde geroepen. Want we gingen wèl kijken hoe dàt [die molenaar] over die wieken liep, en zo.
Oh, dat wou u bijhouden?
Iedereen! Hil die jongens die keken dus. Want die man was een soort acrobaat! Dat was dan om de... vijftien, twintig jaar, werd die geschilderd.
Gevaarlijk! En werd er brood gemaakt?
Nee: gemalen. Dan ging dat zó: mijn oom ging dan met paard en kar, met een huif erover voor als het ging regenen, dat het meel niet nat werd,
want dan was het natuurlijk bedorven. Die reed dan naar alle boeren in de omtrek, dan ging ie dè ophalen en dan gingen ze malen.
En dan was er de gewoonte, die veel mensen niet meer weten: dan ging iedere zak... wij hebben daar ook aan meegedaan. Toen we elf, twaalf, dertien
jaar waren speulden we der veul en mochten we van mijn oom meehelpen. En dan werden hildie zakken... je moest er touwtjes
op doen. Ze stonden ammoò bij mekaare. En dan werd in die zak een schep gezet, die krü in oew haand, en dan moest je uit iedere zak
een schep uithalen en die ging in de zak van de molenaar! En daar komt die, èh, spreuk vandaan: dè is de schep van de molenaar.
???
En ook is er nog: dat zal God en de molenaar wel afrekenen... Als er iets ging over oew geweten. En die schep
die hij bij iedere boer eraf haalde dat was zogenaamd... dat was bedrog, maar der werd gezegd: Ut vocht dè in da meel zit dè is verdampt en daarom is die zwak lichter. Begrèèp te?
Oh!... Maar die molen werd toch een houtzagerij?
Ja, zelfs tegelijkertijd. Als er veel wind stond dan konden ze met één koppel stenen, zo heette dat: op iedere
verdieping lag een koppel stenen, molenstenen die konden draaien. Die konden ze natuurlijk ook 'uitzetten', maar als er veel wind was
dan lieten ze één of twee koppels draaien, geen drie, en dan konden ze ook nog hout zagen! En als er heel weinig wind was dan konden ze
niet malen en dan was de keuze: of zagen, of malen. En toen is er betrekkelijk vlug eerst een diesel ingekomen. Een dieselmotor. Als er geen
wind was en als er wel wind was: ze konden alles doen!
En een oom van mij, dus een broer van mijn vader, en ene zoon van de molenaar, die was elictriciën geworden. Elektriciteit was toen in opkomst. Want de mensen die hadden nog nooit een
lamp zien branden. Dat was ammòl petroleum. Ook op de werkplaatsen. Ook in de scholen. Ammòl petroluemlampen... en die was toen electriciën geworden en die was toen meej van den irste die
daar een elektromotor plaatste. Want aan die diesel... was geregeld onderhoud aan. Dien moest ontkoold worden... snap te?
Dat ze dan een motor deden dat ze geen wind hoefden...
Ja. De as van de molen... Ja, je moet eigenlijk de molen van binnen zien... De molen werd aangedreven, boven, door de wiek. Daar zit dan een heel groot wiel aan. En dat gaat
naar beneden... weer aan een wiel wè andersom ligt, want het moet die kracht die zó ligt (draait twee handen verticaal om elkaar heen) terugbrengen op zó (draait nu de handen horizontaal).
En dan heb je een héle dikke balk, dat noemen ze de koningsstijl, die gaat dan naar beneden: daar zit wéér een rad aan. En die verdeelt het weer over de diverse verdiepingen.
En dan hebben ze in de bovenste verdieping, dus in de kap van de molen, daar zit de zogenaamde poelie, dat is een riemschijf, met een leren riem was dat vroeger... die hing dan slap.
Maar als ze aan een touw trokken in die molen, dan ging dieje riem gewoon strak staan en dan trok-ie een liertje mee. En daar knoopte de molenaar beneden een zak aan, hij trok aan dat touwtje
en dan ging die zak omhoog. Heel vroeger, voordat dat uitgevonden was, moesten ze iedere zak de trap op dragen.
Het meel kwam dan aan in een sleuf. Daar hing weer een zak aan met haakjes en om die zak open te houden hing daar een gewichtje aan...
En heul dikkels was dat meel dan warm. Ja, want door dat wrijven, was dat meel warm geworden.
Grappig!
En ze konden het verstellen: ze konden dus die molensteen van elkaar, dichter bij elkaar of minder dicht... En dan werd er bijvoorbeeld havermout van gemaakt.
Dan stonden die stenen verder van elkaar. En dan werd de maïs gebroken. Die was grof. Maar als ze dan voor bloem maalden, maalden heel fijn, en die bloem eruit halen, dat moest natuurlijk weer gezeefd worden.
Enne, waarom zijn ze later gestopt met de molen?
Ja, dat kwam doordat er meer mensen op de wereld kwam; der was meer bevolking, en die molens die konden niet altijd draaien en de mensen die waren ervan afhankelijk.
Toen zijn er hil veul meelfabrieken gekomen, die er nu nog zijn en die malen dus vor hil die schepen die in Rotterdam aankomen en die worden gelost in zogenaamde silo's.
Maar het is wel een bewézen feit - iedereen weet, en vooral wij ouderen - dat meel met de molen werd gemalen; en áls daar brood van gebakken wordt: dat is veul lekkerder as dat ut van ut febriek kòm...
Want ik heb daarbij ook een zwager en die zijn vader heejt ook een molen en die letters zen er pas af... die wonen in de Boomstraat. Daar hè de drie bovenhuizen en daaronder zit nu een zaak
die aan, èh, restaurants zaken levert als kroketten, èh, friet... ijs... wit ik ut ammòl. Maar dat was vroeger ook een malerij. Dat pand staat er nog. Maar der waren ok gin kènder bij die het over
wouwe nemen. Toen is het geweest, in een jaar tijd, en nu heb ik het over die andere molenaar die zònder molen maalde, dè-t-er in één jaar rond Tilburg zeuvenenvirteg boeren ophielen!
Van grondverbeurdverklaringen, en zo.
Dertig jaar geleden is het eigenlijk begonnen. Dat is toen heul vlug gegaan. Vroeger was het sporadisch dat een boer dus weg moest. Maar toen is het bouwen sneller toegenomen dus der werden meer
boeren van hun boerderij, hun grond, onteigend.
Voor de Reeshof?
Jè. En het Zaand, niet te vergeten. En alles war daarachter laag: Dongenseweg. Dè is groot, hoor! En daar zaten ammòl boeren.