Krantenartikelen m.b.t. de familie Matthijssen
Krantenknipsel (krant en datum onbekend):
... In de buurt van de 'kwakkel' - die het gedeelte van de Elzenstraat van de molen tot het Watertorenplein - stond en staat nog Kruissensmolen. Waar die naar vandaan komt is ons niet bekend. De laatste molenaar hier was de heer Mathijssen, waarvan een zoon nog kastelein is in het oude huis en deze heeft bij de molen een houtzagerij en een ander heeft de graanmolen er tegenover aan 't einde van de Boomstraat, waarschijnlijk wel met electriciteit als drijfkracht. ...
(Bron: 'Documentatiemap Molens', Gemeentearchief Tilburg)
Nieuwsblad van het Zuiden (datum onbekend):
... Ook Tilburg heeft zijn weelde aan molens gekend. In het begin dezer eeuw stonden er nog verschillende in al haar glorie overeind. Ouderen van dagen herinneren zich nog de namen harer eigenaren: de Wed. Mathijssen-Smulders aan de Elzenstraat, ...
(Bron: 'Documentatiemap Molens', Gemeentearchief Tilburg)
Tilburgse Courant d.d. 24 april 1887:
Aan de Lange Nieuwstraat K no. 392c alhier heeft zich gevestigd als molenmaker de heer Jos Mathijssen per 21 april jl.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 22 november 1891:
Een lage aanslag, die gelukkig verijdeld is, heeft dezer dagen alhier plaats gehad. De molenmaker Mathijssen, werkzaam aan den toren van de St. Jozefkerk, had 's nachts een rol touw, 300 meter lang, buiten laten liggen. Een baldadige hand, waarschijnlijk den aannemer schade willen toebrengen, sneed het touw nagenoeg door, doch toevallig slechts eene lengte van 3 meter. Gelukkig dat het misdrijf ontdekt werd alvorens het touw aan den hoge toren bevestigd werd.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 24 maart 1898:
J.A. Verheggen heeft bericht dat hij zijn molen, de zogenaamde Kruissensmolen in de Schijf alhier, heeft overgegeven aan den heer Joseph Mathijsen, molenmaker alhier.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 24 april 1904:
Notaris Loven zal namens en ten woonhuize van Jos Mathijssen, in de Elzenstraat alhier, om contant geld verkopen op vrijdag 6 mei a.s. voormiddags 11 uur: Het gaande werk van eenen watergraanmolen, een grote partij planken, schalen, stroken en brandhout.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 15 december 1904:
Alweer een ongeluk.
Gisterenmiddag te 2 ure ongeveer is de ruim 47-jarige richter en molenaar, de heer Jos Mathijssen op eene noodlottige wijze om het leven gekomen. Mathijssen was in dienst bij de firma J.B. Donders, die belast was met het verplaatsen van een reservoir aan de fabriek van de firma P. Bogaers en Zn. aan de Tuinstraat.
Alvorens hiermee te beginnen werd des morgens eene stelling aangebracht waarop een ijzeren balk vanaf den schoorsteen tot de fabriek. Deze was dienende om er een ketting aan te verbinden met katrol, waarmee men het reservoir zou ophijsen.
Mathijssen ging des middags daartoe over den balk zitten en wilde een ketting vastmaken, toen hij opeens, waarschijnlijk door een duizeling overvallen, van de 7 à 8 meter hoog liggende balk stortte en met zijn hoofd terecht kwam op de scherpe hoeken van het basement, waarop de schoorsteen is gebouwd. Een der heren Donders bevond zich in het reservoir en zag den val van Mathijssen, die daarna ook nog in hetzelfde reservoir terechtkwam.
Den ongelukkigen was toen reeds het hoofd verpletterd, zodat mag aangenomen worden dat de dood onmiddellijk is ingetreden. Spoedig waren er mensen uit de fabriek aanwezig, als ook Dr. Daamen, die niet anders dan den dood kon constateren. Het vreselijk bloedende lichaam werd uit het reservoir getild en voorlopig op de stelling neergelegd om van het nog steeds stromende bloed gezuiverd te worden. Inmiddels was geestelijke hulp ter plaatse, doch deze kon evenmin als de geneeskundige meer baten. Het lijk werd vervolgens per politiebrancard naar zijne woning gebracht.
Uit alles is gebleken, dat hier met de grootste voorzichtigheid is te werk gegaan en dat de stellage zeer solied was. Zoals boven gezegd, kan het ongeluk daardoor alleen ontstaan zijn dat Mathijssen bij de werkzaamheden door eene duizeling is overvallen.
De ongelukkige, die als een zeer oppassend en ijverig man bekend staat, laat eene weduwe met 8 kinderen na.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 16 december 1904:
Omtrent het ongeval, dat den werkman Jos Mathijssen, in dienst bij de firma J.B. Donders, aan de fabriek der firma Bogaers & Zn. aan de Tuinstraat alhier is overkomen, vernemen wij nader, van een ooggetuige, dat Mathijssen, schrijlings over een balk zittende, een ketting wilde vastmaken en toen opeens - men weet niet welke de oorzaak daarvan is, doch vermoedt dat hij door een duizeling werd overvallen - naar beneden stortte. Hij kwam daarbij met het hoofd terecht op de scherpe hoeken van het basement, waarop de schoorsteen is gebouwd en stortte vervolgens in een reservoir. Aan voor- en achterhoofd werd hij zoodanig gewond, dat de dood bijna onmiddellijk intrad.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 18 december 1904:
Gisterenmorgen had de begrafenis plaats van den op zo treurige wijze om het leven gekomen molenaar, den heer Jos Mathijssen. Behalve de diepbedroefde familie volgde een deputatie van een viertal verenigingen, waarvan de overledene lid was, den lijkstoet, waarbij zich ook een groot aantal vrienden en belangstellende hadden aangesloten.
Te half negen werd de uitvaartdienst gehouden in de parochiekerk van het H. Hart, waarna de ter aarde bestelling plaats had op het kerkhof van 't Heike. Daar waren nog velen aanwezig om het stoffelijk overschot van den ongelukkige een laatste groet te brengen.
Het zij den diepbedroefde weduwe en kinderen een troost een braaf man, een zorgzaam huisvader, een oprecht christen ter laatste rustplaats te hebben gebracht. God schenke de zo zwaar beproefde familie kracht en steun om dit kruis met onderwerping aan Zijn heiligen wil te dragen.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Tilburgse Courant d.d. 11 april 1912:
De weduwe J. Mathijssen-Smulders verzoekt tot het oprichten eener graanmaalderij met electromotor op perceel sectie P no. 276 aan de Elzenstraat.
(bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Nieuwsblad van het Zuiden d.d. 4 februari 1926:
Hedenavond opent molenaar P.J. Mathijssen-van Dijk (zoon van Jos Matthijssen) aan de Boomstraat 132 zijn nieuwe zaak in koloniale en grutterswaren voederartikelen enz. De zaak is gelegen tegenover de windmolen van de heer Mathijssen.
(Bron: 'Molens en Meelfabrieken' door Ad Vorselaars, 1993)
Nieuwsblad van het Zuiden d.d. 24 augustus 1963:
In het uitbreidingsplan 'De Noordhoek' is het perceel, zagerij, molen en erf, Elzenstraat 93, groot 1200 m2, opgenomen. De gemeente heeft ten aanzien van de aankoop van dit perceel overeenstemming bereikt met de eigenaren J.P.J. Mathijssen c.s. Koopsom ƒ 50.000,= in totaal. In de koop zijn niet begrepen een houten loods, een open houten loods, een houten werk- en bergplaats en twee uit betonplaten bestaande bergplaatsen.
(Jos Matthijssen was op dit moment allang overleden, maar de molen was in handen van zijn zoon Josephus Petrus Joannes Matthijssen).