Artikelen m.b.t. Johannes Franciscus Josephus Bertens
(7 december 1899 - ?)
Op zondag 12 mei 1940 kreeg Jan Bertens, geboren 7 december 1899, van beroep garagehouder en autoverhuurder, wonende aan de Raadhuisstraat A 75, bezoek van verscheidene Duitse militairen. "Zij deelden mij mee, dat zij de benzine, welke zich in mijn benzinetank bevond, moesten hebben. Die militairen zijn aan het tanken gegaan en en hebben zolang getankt tot de benzinetank leeg was. Hierna zijn ze in de garage gegaan en hebben aldaar, benzine, olie en onderdelen meegenomen. In totaal hebben die Duitse militairen voor een bedrag van fl. 150,90 aan benzine, olie en onderdelen bij mij meegenomen. Zowel C. v.d. Biggelaar, zijn vrouw als Tinus Oerlemans kunnen dit bevestigen."
(Bron: Regionaal Archief Tilburg: "Duitsers in Moergestel")
Passage uit "R-verrichtingen":
Op 16 juli 1940 wordt een verordening afgekondigd door Seys-Inquart, voor wie al gauw de bijnaam "Zes en een kwart" bedacht is, waarin de Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandse gebied de vergoeding geregeld wil zien voor verrichtingen ten behoeve van de Duitse Weermacht. De Duitsers zelf spraken van "Reguläre Leistungen", wat zich laat vertalen als Regelmatige verrichtingen, afgekort R-verrichtingen. Het handelt daarbij om door de Duitse Weermacht gedwongen werkzaamheden en die rechtstreeks ten dienste moesten komen aan het Duitse leger.
Zo moest de Ortskommandant op 6 februari 1943 weten welke benzinestations er in Moergestel waren. Burgemeester J.H. Bardoel meldt hem, dat in Moergestel de navolgende "Tankstellen" aangetroffen worden:
J.F.J. Bertens, Raadhuisstraat A 75, Inhalt 6000 Liter, vorrätig ± 1500 Liter Benzin;
P.J. Verdonk, Tilburgscheweg D 101, Inhalt 5000 Liter, jetzt leer;
M.J. van Broekhoven, Rootvenschestraat D 25a, Inhalt 4000 Liter, jetzt leer.
Burgemeester Bardoel maakt daarop - op last van de Bevelhebber der Duitsche Weermacht - bekend, dat een bewakingsdienst tegen sabotage wordt ingesteld. De drie daarvoor in aanmerking komende personen zijn:
Johannes Fr.J. Bertens, geboren te Tilburg, 7 december 1899, wonende te Moergestel, Raadhuisstraat A 75, Johannes J. van Pelt, geboren te Moergestel, 6 juni 1886, wonende te Moergestel, Kerkstraat A 83 en Petrus Adr. Wolfs, geboren te Moergestel, 31 maart 1897, wonende te Moergestel, Raadhuisstraat A 52.
De vergoeding welke bovengenoemde Moergestelnaren in het vooruitzicht wordt gesteld bedraagt fl. 0,50 voor elk uur, dat werkelijke dienst wordt gedaan.
Op 13 mei 1943 vaardigt de "Hoogere S.S. en Politieleider, Rauter, S.S. Gruppenführer und Generalleutnant der Polizei, een beschikking uit betreffende het verbeurdverklaren van radio-ontvangsttoestellen. "Alle zich in het bezette Nederlandsche gebied bevindenden radio-ontvangsttoestellen, -toebehooren en -onderdeelen zijn met onmiddellijke werking verbeurdverklaard."
De ingeleverde radiotoestellen moesten op last van de bezetter bewaakt worden in een aparte daartoe bepaalde ruimte. Op 18 november declareert de burgemeester over de maanden juni, juli, augustus, september en oktober 1943 voor de bewaking door J.F.J. Bertens en Th. Verbakel een totaal bedrag van fl. 773,27 minus sociale lasten ad fl. 113,41, zodat een bedrag resteert van fl. 659,86. De declaratie gaat dan nog naar de "General-Kommissar für öffentliche Sicherheit", zo ook die over de maanden november en december 1943.
Over de maanden januari t/m 13 mei 1944 gaat de declaratie naar het Hoofdbestuur der P.T.T. te Arnhem, "wegens gedane uitgaven voor bewaking der opslagplaats van ingeleverde radio-ontvangsttoestellen".
Voor bewaking van stromijten wordt in de periode van 4 t/m 27 mei een vergoeding van fl. 0,75 per uur uitgekeerd aan J. Jonkers, P. van Overbeek, H. Boogaers, W. Smits en P.A. Wolfs.
In de periode van 23 juni t/m 6 juli zijn ten behoeve van en op last van de Duitse Weermacht werkzaamheden verricht, t.w. het graven van kuilen langs de Oirschotseweg, Tilburgseweg en Oisterwijkseweg ("Deckungslöchern" = schuttersputjes/éénmansgaten). De gemeente Moergestel declareert voor de uitvoerder fl. 0,75 per uur en voor de "arbeiders" fl. 0,67 per uur. De Oberzahlmeister van de Wehrmachtkommandantur Tilburg, Abteilung IVa-Zahlmeisterei - Kö, bericht burgemeester Bardoel op 10 augustus 1944, dat "in der Anlage Ihre Einreichung zurückge- sandt wird mit dem Bemerken, dass für Vorarbeiter nur 57 cts je Stunde und für sonstige Arbeiter nur 52 cts je Stunde gezahlt werden dürfen. Zulässig ist ferner 10 cts je Tag für Benutzung des eignen Werkzeuges."
In ieder geval krijgen J.A. Vriens als uitvoerder en de "arbeiders" J. Jonkers, W. Smits, J.P. van de Wouw, Adr. Kluijtmans, P. van Overbeek, C. van de Wouw, J. van de Wouw, Jos van Esch, E.F. van der Schoot, J.C. Denissen en A. van den Biggelaar hun loon uitbetaald.
Op 30 augustus dient de eerste burger van Moergestel bij de "Herrn Ortskommandant" een declaratie in "Wegen dicht machen von Deckungslöchern in der Gemeinde Moergestel (Weg Tilburg-Moergestel-Oirschot) met het verzoek om het verschuldigde bedrag over te maken op "Postscheckkonto 44810."
(Bron: Regionaal Archief Tilburg: "R-verrichtingen")
Passage uit "Inkwartierung ofwel Einquartierung":
"De Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, Seyss-Inquart, vaardigt op 16 juli 1940 een verordening uit betreffende de betaling van vergoeding terzake van inkwartiering bij particulieren en in hotels of pensions".
De Duitsers hadden een en ander, zoals vele zaken, vooraf "gründlich" geregeld. Als de Duitse bezetter ruimte vorderde, dan stond daar een vergoeding tegenover. De vergoeding werd maandelijks uitgekeerd. De Duitse Weermacht maakte het verschuldigde bedrag over op het bankrekeningnummer van de gemeente, die vervolgens aan de kwartiergever uitbetaalde.
"Na de vordering van het kwartier worden door de kwartiernemer op het inkwartieringsbiljet verschillende gegevens ingevuld, welke voor de uitbetaling van de vergoeding benoodigd zijn. Het inkwartieringsbiljet kan maandelijks door de kwartiergever bij den bevoegden burgemeester worden ingelost, zoodat door de gemeente maandelijks het bedrag kan worden vergoed, dat den kwartiergever wegens gevorderd kwartier toekomt."
En wat de kwartiergever rechtens toekwam, loog er niet om ....
"Voor de inkwartiering aan de hand van een inkwartieringsbiljet ten behoeve van de Duitsche weermacht, vanaf 29 Mei 1940 te 12 uur, moeten in Nederland de volgende vergoedingen betaald worden:
Voor generaals, stafofficieren en ambtenaren
der weermacht met overeenkomenden rang - fl. 1,50
voor alle overige officieren, ambtenaren
der weermacht en onderofficieren met "portepee" - fl. 1,00
voor onderofficieren, met bed - fl. 0,50
voor onderofficieren, zonder bed - fl. 0,30
voor manschappen, met bed - fl. 0,20
voor manschappen, zonder bed - fl. 0,10
Verder bedraagt de vergoeding voor:
1 paard - fl. 0,10
1 kantoor - fl. 0,30
1 wacht- of arrestantenkamer - fl. 0,10
Op 23 januari 1941 maakt de Betaalmeester (Zahlmeister) van de Ortskommandantur I/871 de vergoedingen bekend voor het onderbrengen in garages van:
auto's per dag per auto - fl. 0,10
motorvoertuigen per dag per motorvoertuig - fl. 0,05
fietsen per dag per fiets - fl. 0,02
Op 28 januari volgt een vergoedingsregeling van dezelfde Zahlmeister voor a) dichte garages en voor b) andere overdekte onderkomens voor stalling van:
vrachtwagen met aanhanger - (a) - fl. 0,50 / (b) - fl. 0,30
motorrijwiel met zijspan - (a) - fl. 0,15 / (b) - fl. 0,10
Verplichte inkwartiering gedurende de maand juni 1941:
J. Bertens - A75 - 1 "Geschäftszimmer" - 9 dagen
(Bron: Regionaal Archief Tilburg: "Inkwartiering ofwel Einquartierung")
Passage uit "De Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten":
Tijdens de oorlog waren er in ons land verschillende organisaties actief, die op enigerlei wijze zich richtten op het gezagsvacuüm dat zou gaan ontstaan als de bevrijding een feit zou zijn.
De Ordedienst (O.D.) was een illegale organisatie die tijdens de Tweede Wereldoorlog was opgericht voor de ordebewaring na de bevrijding. Ook de Partisanen Actie Nederland, de Raad van Verzet en de Knokploegen hadden zich - wel of niet deelgenomen aan verzetsacties - een taak toebedacht op het moment dat de Duitse bezetter niet langer aan de macht zou zijn.
Op 5 september 1944 worden de Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten (NBS) gevormd om militaire hulp- en bewakingsdiensten te verlenen aan de naderende geallieerde troepen. Op 9 september 1944 werden de Raad van Verzet, de Ordedienst en de Knokploegen gebundeld als Binnenlandsche Strijdkrachten onder leiding van kolonel H. Koot.
In Moergestel stonden de leden van de N.B.S. onder het commando van de Plaatselijk Commandant (1e Luitenant der Artillerie) Carol Schade, tevens Hoofd Sectie I en X. De Plaatsvervangend Commandant (Wachtmeester der Cavalerie) was Kees Mulderij, tevens Hoofd Sectie IV, VI en VIII. Verder stonden per 25-11-1944 geregistreerd als personeel van de NBS: Huub van Erve (1e ambtenaar ter secretarie), tevens Hoofd Sectie VII; Theo Verbakel, Hoofd Sectie II, die Kees Mulderij opvolgde als plaatsvervangend commandant toen vaststond, dat leden van de politie geen dienst meer mochten doen bij de NBS en die uiteindelijk waarnemend plaatselijk commandant werd, toen Carol Schade overgeplaatst werd naar het Stafkwartier van Prins Bernhard; Bart van de Ven, groepscommandant groep I; Theo van Delft (reserve-officier Gezondheidstroepen, gemeente-arts), tevens Hoofd Sectie III; Leo van den Branden; Machiel Vugts; Wim Mutsaerts, motorordonnans; Theo Vermeulen (pater Lambertus), aalmoezenier; Jan Mast; Jot Verheijen; Sjef Meeuwis; Noud van de Laak, groepscommandant groep II; Jan van Elderen; Piet Scheepens, Engelbert van der Schoot, Harrie de Laat, Rini Pape, Rinus Oerlemans; Frans Hurkmans en Bernard Marsé, chauffeur.
Het korps beschikte op 21 november 1944 over de navolgende wapens en munitie:
"Het korps had in gebruik: 15 geweren, 2000 patronen, 15 patroontasschen, 10 handgranaten (Duitsche), 3 gasmaskers (Duitsch), 1 tasch tot reinigingsmateriaal tot geweer, 5 loopborstels. Het korps had verder opgeslagen: 1 automatisch geweer, 20 bijbehoorende patronen, 6 patroontasschen met Engelsche geweerpatronen, 2 eihandgranaten, 10 geweren van verschillende herkomst, 7 kistjes met springpijpjes voor landmijnen, 1 oude mitrailleur (defect), 2 doosjes met lichtpatronen, 6 Duitsche helmen, 10 loopborstels, 1 Engelsche bajonet, 2 étuis voor kijkers, 9 Duitsche handgranaten, 2000 geweerpatronen (Duitsch), 1 kist met 570 geweerpatronen in houders en 838 losse Duitsche geweerpatronen, 10 mitrailleurbanden volledig gevuld waarbij 5 bussen voor vervoer, 71 losse mitrailleurpatronen, 1 gevulde Duitsche mitrailleurtrommel."
Op 9 december 1944 verstrekt de plaatselijk commandant aan de Districtscommandant van de B.S. te Oisterwijk een overzicht van de in de afgelopen week uitgevoerde taken:
het bemannen van het wachtbureau van de plaatselijk commandant, ordonnansdiensten, verkeer regelen, schakelwacht bij de electriciteitskasten, controle lichtverbruik, arrestaties en transport naar Tilburg c.q. Oisterwijk, toezicht op begraven van kadavers, theorielessen vuurwapens, theorielessen verkeer, wacht houden op en nabij gemeentehuis, exerceren, patrouilles, drijfriem aanbrengen voor electrische centrale, kolen laden voor boterfabriek in Eindhoven, orde handhaven bij festiviteiten zoals op 05-12 het St.-Nicolaasfeest van de Canadezen, het bewaken van alle toegangswegen tot de gemeente, het bewaken van de militaire brug over de Reusel op instructie van Civil Affairs Detachment.
In de loop der tijd nam het aantal leden van de Binnenlandsche Strijdkrachten toe; Harrie Kwinten, Piet van Gisbergen, Kees Marsé, Leo van Poppel, Rini Kwinten, E. Kluvers (Oirschot), Willem Hartsuiker (Oirschot), Dirk Sturkenboom (onderduiker), Leo op 't Hoog Jzn., Gozewien van de Wouw, Jan van Bommel, Jan Wubben (onderduiker), Harrie van Opstal, Rini van de Wouw, Jac. van Velthoven, Wim Wubben (onderduiker), Leo op 't Hoog Mzn., Jan Trompenaars, Sjef van Bommel, Frans de Laat, Jan Mulders Azn., Jan van Velthoven, Piet Wolfs, Ben Janssens, Sjef van Esch, Marinus Jansen, Geert Boogaers, Emile Janssens, Harrie Boogaers, Jan van Elderen Fzn., Nico Oerlemans, Jan van de Wouw, Frans Kluijtmans, Marinus van de Wouw, J. van Elderen Hzn., Willem Wolfs, Jan Dolman, Gerrit Lentink, Bernard Willems. Piet Spitters, Marinus van der Donk, Herman Marsé, Piet Boogaers, Gust van Gisbergen en Kees van den Berg.
De leden waren herkenbaar aan een Oranje-band.
De plaatselijk commandant van de B.S. had een lijst doen opmaken van alle motorvoertuigen, die op dàt moment (nov. 1944) in Moergestel aanwezig waren en waarvoor deze voertuigen ingezet werden c.q. konden worden:
11. Renault, bouwjaar 1939, 7-persoons Sedan, chassisnr. 94441, motornr. 114466, provinciaal nr. N. 23386. Eigenaar: J.F.J. Bertens, A. 75, te Moergestel. In gebruik voor plaatselijk ziekenvervoer. (Rode Kruis).
12. Chevrolet, bouwjaar 1931, 5-persoons Sedan, chassisnr. 31-665, motornr. 2197355, provinciaal nr. N. 12660. Eigenaar; J.F.J. Bertens, A. 75 te Moergestel. Is in reparatie te Tilburg, wordt in orde gemaakt voor plaatselijk gebruik.
(Bron: Regionaal Archief Tilburg: "De Nederlandsche Binnenlandsche Strijdkrachten")
Passage uit "De Duitsers vertrekken":
Op 5 juni 1946 verstrekt burgemeester Bardoel een opgave als gevraagd bij circulaire van 3 juni 1946 aan de afdeling Opsporing Nr. B/O 92.G van het Hoofd van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst te Amsterdam (bedragen beneden het bedrag van fl. 100,-- zijn in deze staat niet opgenomen):
Naam: J.F.J. Bertens - Adres: A.75 - Betreft: vordering motorvoertuig - Bedrag: fl. 2.200,--
Naam: J.F.J. Bertens - Adres: A.75 - Betreft: benzine, olie e.d. - Bedrag: fl. 150,90
(Bron: Regionaal Archief Tilburg: "De Duitsers vertrekken")